Nieuwsarchief
Topsport en diabetes
door Anja Bemelen, Uitgave 01 - 2009, jaargang 24Schaatser Michael Poot en zwemmer Marijn van Zundert hebben diabetes type 1 en zijn beiden topsporters. Hoe houden zij hun glucose onder controle in een leven vol fysieke topprestaties, veel onregelmatigheden, spanning en stress?
Wat het vooruitzicht op een wedstrijd al niet kan doen! Vlak voor het startschot heeft elke sporter last van spanning. Michael Poot weet inmiddels dat hij deze spanning het beste kan hanteren als hij met mensen praat, een eind gaat wandelen of naar muziek luistert. ‘Er is geen recept om mijn waarden tijdens spannende momenten goed te houden', zegt Michael. ‘Dat zou te gemakkelijk zijn! Mijn waarden schieten tijdens stress of spanning omhoog of zijn in een vergelijkbare situatie vreselijk laag. Er is geen peil op te trekken. Ik kijk liever niet naar mijn bloedglucosewaarden. Voor mij werkt het het beste wanneer ik eerst mijn aandacht verleg, zodat mijn stressniveau daalt. Insuline pas ik ad hoc aan.'
Top-tien
Michael Poot is schaatser. Begin januari deed hij mee aan de NK Sprint op de afstanden 500 en 1000 meter. Jan Bos, Erben Wennemars en Simon Kuipers deden ook mee. Bij de echte top komt hij "net kijken": ‘Mijn ritten worden bij Studio Sport niet herhaald.' Op de 500 meter eindigde hij de eerste keer op een gedeelde 13de plaats en de tweede rit op de 17de plaats. Op de 1000 meter eindigde hij twee keer op de 22ste plaats.
Waterpokken?
Als zesjarige schaatste Michael al een beetje achter zijn broer aan. Toen had hij al vijf jaar diabetes type 1. Als baby'tje had hij vaak een natte luier en dorst. Hij was duf en moe. Signalen die hij nu herkent bij te hoge glucosewaarden. Zijn ouders gingen naar de huisarts. Omdat zijn broer waterpokken had, zou Michael dit ook wel hebben. ‘Het zou wel overgaan volgens de arts. Een week later bewoog ik niet meer. Ik had zulke hoge waarden dat ik flauwgevallen was.'
Insulinepomp
In 2002 is Michael overgestapt op een insulinepomp, vanwege zijn sterk schommelende nachtelijke waarden: ‘'s Nachts had ik regelmatig te lage waarden en mijn nuchtere waarden waren te hoog. Daar was niet meer tegenop te boksen.' Volgens zijn internist zouden zijn waarden met een insulinepomp minder schommelen, maar Michael aarzelde. Een pomp leek hem lastig.
Overstag
Toch ging hij overstag. Hij leerde vlot hoe hij de insulinepomp goed kon instellen en hoe hij reageerde als hij at. De pomp bood meer vrijheid dan gedacht: ‘Het voordeel van de insulinepomp is dat ik kan eten wanneer ik dat wil. Ik pas mijn insulinebehoefte daarop aan. Ideaal. Zeker als je topsport beoefent.'
Kruisbestuiving
Voor Michael vormen diabetes en sport een soort kruisbestuiving: zijn kennis over diabetes past hij toe in sport, omgekeerd gebruikt hij sport om goed met zijn aandoening om te gaan. Als Michael anderhalf uur een kracht- of droogtraining doet, koppelt hij de pomp af. ‘Droogtrainen is trainen zonder ijs. Je oefent je schaatssprongen aan elastieken. Tijdens een duurtraining, bijvoorbeeld twee uur lang fietsen, koppel ik de insulinepomp wel aan. Als ik zo lang zonder insuline zou zitten, zou ik veel te hoge waarden krijgen.'
Minder insuline
In de lente traint Michael zes keer in de week, in de zomer- , herfst- en wintermaanden dubbel zo veel. ‘Dan heb ik ook minder insuline nodig. Zelfs als ik meer eet, heb ik toch ongeveer 45 in plaats van 60 eenheden per dag nodig.' Doorgaans kan Michael zijn waarden tijdens een training goed reguleren. Toch gaat er wel eens iets mis. ‘Soms krijg ik kramp en weet ik dat ik te laag zit. Dan moet ik stoppen. Ik vind het ongelooflijk hoe sport je insulinebehoefte kan beïnvloeden.'
Nederlandse Kampioenschap
Hoe beïnvloedbaar de insulinebehoefte is, weet ook Marijn van Zundert uit Oud-Gastel. Marijn, 14, zwemt vanaf zijn achtste. Hij is tweemaal derde geworden tijdens het Nederlandse Kampioenschap. Zijn snelste tijd op de 100 meter schoolslag is 1:14 minuut. Ter vergelijking: het olympische record staat op 0:57,15 seconden.
Olympisch zwemmen
Marijn wil, als hij 24 is, een olympische medaille winnen. Op welke afstand weet hij nog niet. Eerst wil hij alle zwemslagen goed onder de knie hebben, voordat hij zich specialiseert. Om zijn doel te verwezenlijken, traint hij bij een dochtervereniging van het Antwerpse Brabo, een organisatie waar zwemmers worden voorbereid op de toetreding tot een jeugdkernploeg. ‘Brabo werft talenten uit de regio', zegt Marijn. ‘In Antwerpen was er geen plaats meer, in het Belgische Kapellen kon ik wel terecht.'
Blessuregevoelig
In Kapellen traint Marijn zes keer per week twee uur lang. De training is intensief. Marijn begint met inzwemmen, daarna traint hij afwisselend zijn arm- en beenspieren. ‘Met de poolboy, een plank ingeklemd tussen de benen, kan ik mijn benen niet bewegen en train ik alleen mijn armen. Om mijn benen te trainen houd ik een plank vast, zodat ik mijn armen niet kan bewegen. De oefeningen sluit ik af door flink wat meters te zwemmen.' Omdat zwemmen een blessuregevoelige sport is, gaat Marijn ook twee keer per week naar de sportfysiotherapeut. Onder begeleiding traint hij aan apparaten, zodat hij meer spieren en lenigheid ontwikkelt.
Zelfstandiger
Marijn heeft vanaf zijn negende diabetes type 1. Hij herinnert zich hoe moe en chagrijnig hij was. ‘Mijn moeder ontdekte dat ik veel dronk. 's Ochtends had ik al anderhalve liter appelsap op.' Bij de huisarts bleek dat er met een bloedglucosewaarde van 44 mmol/l echt iets aan de hand was. Marijn werd meteen in het ziekenhuis opgenomen, waar hij op insuline werd ingesteld. Hij leerde er meten, prikken en insuline toedienen: ‘Ik leerde alles snel, omdat ik het niet prettig vond als anderen insuline toedienden. Ik wilde het zelf doen. Diabetes heeft me een stuk zelfstandiger gemaakt.'
Insulinepomp
In maart 2006 werd Marijn overgezet op de insulinepomp.
Door toedienen van insuline kreeg hij bulten op zijn buik
(= lipodystrofie*). Ook moest hij erg vaak insuline toedienen: ‘Met zwemwedstrijden soms wel zeven keer per dag. Meten deed ik op een wedstrijddag wel dertig keer! Met de pomp heb ik alles beter onder controle, ook al heb ik nog wel eens hypo's. Gelukkig herken ik ze goed. Ik word moe of chagrijnig en dan weet ik dat ik iets moet eten.'
Continue glucosemeting
Tegenwoordig heeft Marijn een insulinepomp met daaraan gekoppeld een sensor die continu zijn glucosewaarden meet, 24 uur per dag. Marijn kan de sensor zelf onderhuids aanbrengen en vervangt deze eens in de drie dagen. De pomp heeft hij zo ingesteld dat er een alarm afgaat bij een bloedglucosewaarde boven de 10 mmol/l of beneden de
4 mmol/l.
Sensor ijken
Naast het gebruik van de sensor, meet Marijn nog een aantal keer per dag zijn glucosewaarden met een bloedglucosemeter. Dit is nodig om de sensor te ijken en om te checken of de waarden die de sensor meet correct zijn. ‘Ik heb veel geluk gehad met deze sensor, die mij destijds is aanbevolen door mijn kinderarts omdat ik topsport beoefen. Helaas wordt deze sensor op dit moment niet vergoed. Tijdens een training laat ik de sensor op mijn bil zitten, onder de zwembroek. Voordat ik begin met de training, bolus ik bij. De pomp leg ik in een tas naast het zwembad, zodat ik er gemakkelijk bij kan.'
Spanning
Als hij wedstrijden zwemt, heeft Marijn last van spanning. Net als Michael Poot zoekt hij afleiding. ‘Het probleem is dat mijn waarden flink stijgen door de spanning. Ik blijf niet op de bank zitten. Ik loop rond, klets een beetje. Tijdens een wedstrijd koppel ik mijn pomp af. Tussendoor eet ik niet. Dat voelt goed.'
Druk leven
Het leven van Marijn is druk bezet. Behalve dat hij intensief traint en wedstrijden zwemt, zorgt hij dat zijn schoolcarrière niet spaak loopt. Marijn zit op het VWO waar hij vanwege zijn sport alleen de noodzakelijke vakken hoeft te volgen; de minder noodzakelijke kunstvakken en lichamelijke oefening mag hij overslaan.
Olympisch kampioen Gary Hall
Marijn heeft inmiddels tweevoudig olympisch kampioen Gary Hall ontmoet. ‘Dat vond ik te gek. Gary heeft ook diabetes en ik heb veel van hem geleerd.'
*Lipodystrofie is een stoornis in het onderhuidse vetweefsel die veroorzaakt wordt door insuline-injecties, bijvoorbeeld omdat iemand niet voldoende van spuitplek verandert. Gevolgen
kunnen zijn: schommelingen in de bloedglucosewaarden, onverwachte hypo's of littekenvorming en bulten.
Schaatser Michael Poot: ‘Ik vind het ongelooflijk hoe sport je insulinebehoefte kan beïnvloeden'
Marijn van Zundert: ‘Met de pomp heb ik alles beter onder controle, ook al heb ik nog wel eens hypo's'
Voor Michael vormen diabetes en sport een soort kruisbestuiving: zijn kennis over diabetes past hij toe in sport, omgekeerd gebruikt hij sport om goed met zijn aandoening om te gaan
Marijn wil, als hij 24 is, een olympische medaille winnen. Op welke
'Insulinepomp is net een mp3-speler'
door Irmgard Breugelmans. woensdag 26 november 2008 |

Marijn van Zundert (14) demonstreert met Carla Duval (8) uit Luxemburg de insulinepomp aan de Europese Commissaris voor Gezondheid Androulla Vassiliou uit Cyprus en professor Thomas Danne, president van ISPAD (International Society for Pediatric and Adolescent Diabetes).
OUD GASTEL - Marijn van Zundert uit Oud Gastel (14) vertoefde vorige week in Straatsburg, in het Europees Parlement.
Hij was daar om aandacht te vragen voor kinderen met diabetes type 1, in het kader van Werelddiabetesdag.
Marijn heeft zelf ook suikerziekte. Daarnaast is hij bezig is met een zwemcarrière. Hij traint liefst zes keer in de week en heeft twee keer brons gehaald op het Nederlands Kampioenschap voor de jeugd op het onderdeel 100 meter schoolslag. Vanwege zijn bijzondere situatie was hij de Nederlandse afgevaardigde, samen met volleyballer Bas van de Goor, die op latere leeftijd diabetes kreeg.
Nederland telt 12.000 kinderen en jongeren met diabetes. Jaarlijks komen daar 500 tot 600 kinderen bij. Het probleem is dat veel van deze kinderen niet goed kunnen omgaan met hun ziekte als ze op school zitten. "Als ze moeten spuiten, hebben ze vaak hulp nodig van hun ouders", vertelt Marijn, "zeker nu we weten dat het beter is om voor iedere maaltijd te spuiten, in plaats van twee keer per dag. Daarom hebben we ervoor gepleit dat elke school in Europa een coördinator krijgt, die een kind met diabetes kan helpen. In Zweden is dat al het geval."
Marijn spuit zelf niet, hij heeft een insulinepomp. Hoe dat apparaat werkt, heeft hij gedemonstreerd aan kopstukken in Straatsburg (zie foto). "Die pomp kun je vergelijken met een mp3-spelertje dat je altijd bij je hebt. De pomp zit in mijn broekzak, het slangetje is net een snoertje, dat bevestigt is aan een pleister op mijn buik." De pleister gaat niet af tijdens het zwemmen, de pomp wel.
Marijn kan goed omgaan met zijn ziekte. "Het grootste nadeel is dat ik nooit vakantie heb. Ik moet er altijd aan denken."
Vrijdag is Marijn weer in touw, dan gaat hij het tweede expertisecentrum van de organisatie Diabeter openen, in Deventer. Om aan alle taken te kunnen voldoen, zit Marijn op 't Rijks in Bergen op Zoom (3vwo), waar hij als topsporter de ruimte krijgt. Hij hoeft geen vakken als tekenen en gym te volgen, dan kan hij huiswerk maken.
Perry op Donderdag ontmoet Marijn van Zundert
door Perry Arentsen - 14/09/2007
paspoort 
Naam: Marijn van Zundert
Club: MNC Dordrecht
Geboortedatum: 25 februari 1994
Woonplaats: Oud Gastel
“Bij wedstrijden kijken mensen vaak naar de pleister met de aansluiting voor mijn pomp, die op mijn buik zit. Heel af en toe spreken mensen me er op aan, wat ik liever heb, want dan kan ik het uitleggen, toch?” vertelt de nog jonge Marijn van Zundert die diabetes type 1 combineert met zijn passie genaamd zwemmen. Wat volgt is een leerzame en boeiende Perry op Donderdag.
Marijn legde afgelopen NJK op de 100 meter schoolslag in een nipte race om het ere metaal beslag op de vierde plek. In datzelfde tournooi werd hij zesde op de dubbele afstand.
Hoe is het met je? “Het gaat goed met me en ook met het zwemmen, waar ik afgelopen zaterdag mijn eerste wedstrijd heb gehad en op alle afstanden een pr heb gezwommen. Ik moet nog wel in mijn ritme komen met school en trainen. Woensdag en donderdag moet ik om kwart voor vijf uit bed en op donderdag heb ik ook nog vier uur LO en dan zaterdagochtend om zes uur op en dan zaterdagmiddag de wedstrijden. In de zomervakantie heb ik zes weken niet getraind en lekker van de vakantie genoten.”
Diabetes in combinatie met zwemmen
Je hebt diabetes type 1, vertel daar eens wat meer over. Wat houdt het in?
“Bij diabetes type 1 zijn de eilandjes van Langerhans in je alvleesklier, die insuline produceren, kapot. Dus kan je zelf geen insuline meer maken en dat heb je nodig om glucose op te kunnen nemen in je cellen. Dus de glucose blijft eigenlijk rondzwemmen in je bloed en dan is de bloedglucosewaarde te hoog. Dan heb ik een hyper en dan voel ik me erg duf en moe. Bij diabetes type 1 moet je insuline toedienen door injecties of met behulp van een pomp, waar ik gebruik van maak.
Een goede bloedglucosewaarde ligt tussen de 4 en 8 mmol/l en bereik je door een goede balans tussen bewegen, eten en insuline toedienen.
Als deze balans niet goed is, kun je ook een te lage bloedglucose krijgen, een hypo.
Dan heb je last van duizeligheid, trillen, moe zijn en bleek zien.”

Foto's Harry op den Kamp
Hoe combineer je diabetes type 1 met sporten en is dit een groot verschil met diabetes type 2? “Ik heb diabetes sinds mijn negende, maar het voelt alsof ik het altijd heb gehad, dus voor mij is het normaal om diabetes te combineren met sporten, maar doordat ik veel sport, zit ik in een bepaalde regelmaat, waar ik in het begin overigens naar zoeken moest. Dan diende ik bijvoorbeeld voor het trainen teveel insuline toe, waardoor ik daarna hypo’s had. Mijn eten weeg ik, zodat ik weet hoeveel koolhydraten ik heb gegeten en waardoor ik ook weet hoeveel insuline ik moet toedienen.
Diabetes type 2 wordt ook wel ouderdomssuiker genoemd en is eigenlijk een vorm van uitputting van de alvleesklier en eilandjes van Langerhans, waardoor deze minder insuline produceren, maar soms is er ook een verminderde opname van insuline bijv. door overgewicht. In de beginfase van diabetes type 2 kun je met behulp van een dieet of tabletten nog de functie van de alvleesklier verbeteren. Maar uiteindelijk worden ook die diabeten insuline-afhankelijk. Bij type 1 ben je direct insuline-afhankelijk. Deze vorm kun je niet behandelen met een dieet of tabletten.”
Bas van der Goor en Gary Hall ook diabetes patiënten
Zijn er nog bekende sporters met diabetes type 1? “Ik ken sinds kort *Bas van de Goor, de bekende volleyballer van het Nederlandse team. De diabetesverpleegkundige heeft mij verteld over *Gary Hall, een Olympisch zwemkampioen uit Amerika, die ook diabetes type 1 heeft. Via de website heeft mijn vader contact gezocht met Gary Hall. Toen hij belde, had mijn vader geen rekening gehouden met het tijdsverschil en belde hem per ongeluk midden in de nacht.”
Ik heb vernomen dat je een van de ambassadeurs bent van de Bas van der Goor Foundation. Vertel daar eens wat meer over, wat houdt het in? “Bas van der Goor is een topvolleyballer, die wereld- en Olympisch kampioen is geworden met het Nederlandse herenteam. En hij heeft jaren in de Italiaanse volleybalcompetitie gespeeld. Op volwassen leeftijd kreeg Bas diabetes type 1. De Foundation, die Bas heeft opgericht, heeft als doelstelling kinderen met diabetes te stimuleren om te gaan sporten.
De Foundation organiseert allerlei dingen, zoals een sportkamp voor kinderen met diabetes, waar ze de hele week met sport zijn bezig geweest. Er was ook een zwemclinic, waarbij ik heb geholpen als ambassadeur. In december is er een grote zwemclinic in Eindhoven, waarbij ik ook ga helpen. Zo zijn er door het jaar heen allerlei activiteiten voor kinderen met diabetes.”
“Dit is echt leuk! Binnenkort ga ik Gary Hall ontmoeten.”
Zijn er nog zwemmers waar jij in het speciaal tegenop kijkt, omdat ze misschien in combinatie met diabetes toch topprestaties neerzetten of omdat het gewoon een uitmuntende zwemmer is? “Ik noemde al eerder Gary Hall, de tweevoudig Olympische zwemkampioen 50 vrij met diabetes. Maar ik kijk niet zo zeer tegen hem op, maar vind het wel erg leuk om hem te leren kennen en van hem te leren hoe hij zijn topsport combineert met diabetes. Hij was al volwassen toen hij het kreeg en hij gebruikt nog steeds de prikpen om insuline toe te dienen.
Binnenkort, dit is echt leuk, ga ik hem ontmoeten, want mijn vader had gebeld en daaruit is ontstaan dat ik in de herfstvakantie op trainingskamp ga in de USA, bij de Race Club in Miami. Daar krijg ik 1 op 1 begeleiding en ga ik twee keer per dag trainen en er zijn ook een aantal krachttrainingen ingepland. Maar het belangrijkste is natuurlijk om ervaringen uit te wisselen met Gary Hall over de diabetes en zo. Ik ben wel heel benieuwd hoe het zal zijn; ik ga er samen met mijn vader naar toe.”
“ Ik moest soms wel tot 7 keer per dag spuiten”
Vroeger, toen de insuline pomp nog niet bestond, spoot je nog zelf. Is de paradigm Real-Time een stuk handiger en wat betekent dit voor jouw zwemmen?
“Voordat ik de pomp kreeg, wilde ik nooit een pomp. Ik vond het vier keer per dag spuiten prima, dat was ik zo gewend.
Maar toen ik een niveau hoger ging zwemmen bij MNC-Dordrecht, moest ik soms wel zeven keer per dag spuiten. Daardoor was ik steeds maar met mijn diabetes bezig. Dus toen de kinderarts weer voorstelde om over een pomp na te denken, ben ik eerst bij Medtronic wezen kijken, omdat we wisten dat er een sensorpomp was, de Paradigm Real-Time.
In maart 2007 heb ik een week in het ziekenhuis gelegen om met de pomp om te leren gaan; in juni heb ik de instructie gekregen voor de sensor.
Ik was heel snel aan de pomp gewend en het ging veel beter: ik had minder pieken en dalen, kortom betere waarden.
De sensor moet ik om de drie dagen verwisselen en blijft tijdens het zwemmen gewoon op mijn lichaam geplakt. De pomp koppel ik af tijdens het zwemmen.
Doordat ik minder uitschieters heb, voel ik me beter en heb ik ook geen last tijdens de training of wedstrijden. Door de sensor kan ik de intensiteit van de verschillende trainingen meten en daarop mijn voeding en insuline aanpassen.”
Zijn er nog dingen die jij niet kunt doen, omdat je diabetes patiënt bent? Ofwel, ziet een zware training er voor jou hetzelfde uit als iemand zonder diabetes type 1?
“Voor mijn gevoel kan ik alles doen, maar ik moet altijd vooruit denken. Als ik wegga, moet ik altijd checken of ik voldoende insuline bij me heb en reserve materialen en iets te eten. En dat vergeet ik af en toe weleens. Bijvoorbeeld tijdens de vakantie gingen we een dag naar Barcelona en daar had ik onvoldoende insuline in mijn reservoir en geen reserve bij me. Maar gelukkig zijn er ook in Barcelona “pharmacia’s” (apotheek).
Voor een training check ik altijd mijn bloedglucose, meestal door op mijn pomp de waarde te lezen. Tijdens de training, halverwege, meet ik door een vingerprik, waardoor ik altijd een paar minuten de training moet onderbreken. Na de training in de auto naar huis controleer ik weer mijn bloedglucosewaarde. Dus meten is weten.
Tijdens het trainen stijgen mijn bloedglucosewaarden en bij andere sporten, zoals voetbal of atletiek, dalen ze juist. Dus heb ik kort voor mijn training extra insuline nodig. Maar in het begin had ik dat niet in de gaten, waardoor ik steeds verzuurde tijdens de training. Dat zwom voor geen meter.
Tijdens wedstrijden moet ik heel vaak mijn waardes meten en corrigeren, bolussen noem je dat met een pomp. De sensor heeft daar een belangrijke signaalfunctie in. Nu kan ik dus beter trainen, omdat ik veel minder last heb van verzuren.“
“Door mijn diabetes zijn er andere deuren opengegaan".
Het komt mij allemaal heel complex over. Wij denken niet na bij onze glucose spiegel, maar in feite doe jij niets anders. “Diabetes hoort nu gewoon bij mij en ik kan me niet meer voorstellen hoe het was om het niet te hebben. (Ik heb het sinds mijn negende, dus nu vierenhalf jaar). Door de discipline van meten, prikken en regelmaat en de begeleiding door mijn trainer Gerben van Alphen van MNC-Dordrecht train ik nu vooral op techniek en het leren trainen.
Bij wedstrijden kijken mensen vaak naar de pleister met de aansluiting voor mijn pomp, die op mijn buik zit. Heel af en toe spreken mensen me er op aan, wat ik liever heb, dan dat mensen alleen maar kijken. Want dan kan ik het uitleggen, toch?
En door mijn diabetes zijn er andere deuren opengegaan: de Bas van de Goor Foundation met leuke activiteiten, de reis naar Miami binnenkort en de contacten met medische bedrijven, die mij de gelegenheid geven om contact te leggen met andere diabeten."
Marijn, bedankt voor deze leerzame en vooral ook boeiende Perry op donderdag en voor jullie thuis, tot de volgende week!









